De kogel is door de kerk. Het is beslist na 3 maanden van wikken en wegen. Ik ga in de politiek.
Vier jaar geleden had mijn vader me al gewaarschuwd toen ik in opstand kwam tegen de sluiting van de uitleenposten van de bib in onze deelgemeentes. “Pas maar op,” zei hij. “Binnenkort staan ze je aan je deur met de vraag om in de politiek te gaan.” Het heeft toch wel vier jaar geduurd eer er op mijn virtuele deur van mijn mailbox werd geklopt.

Niet veel later zat ik samen met onze burgervader en kreeg ik de vraag of ik me niet wilde engageren. Hoewel mijn eerste gedacht vooral neigde naar “nee, dat doe ik niet.” bleef ik de pro’s en con’s afwegen.

Con’s waren er meer dan genoeg.
Politiekers, zijn dat niet vooral pispalen? Ze kunnen voor de burger nooit iets goed doen, en worden vooral afgerekend op die dingen die fout lopen.
Gaat daar niet gewoon heel veel tijd in kruipen? Tijd die ik sinds er kinderen zijn, bewust koop door op woensdag niet te werken. Mijn moeder heeft haar pensioen nooit gehaald. Als boerendochter heb ik mijn ouders heel hun leven hard zien werken, na hun pensioen gingen ze er wel van profiteren…  Ik heb me na het overlijden van mijn moeder, een week na de geboorte van onze tweede zoon, voorgenomen om het anders te doen.
En zou ik dan een verschil kunnen maken? De paar gemeenteraden die ik in levende lijve meemaakte, leken me ook niet meteen de meest energieke bezigheden voor de aanwezige raadsleden.

Maar toch bleef het kriebelen. Als ik het niet probeer, dan kan ik niet weten wat het is. Misschien kan ik toch het verschil maken voor mijn gemeentegenoten, hoe klein ook. Of misschien kan ik voorkomen dat ondoordachte beslissingen – zoals het sluiten van de uitleenposten er een was – genomen worden.

 

Leave a Reply